Interview Theo Plasschaert

Samenvatting gesprek Theo Plasschaert, 1e voorzitter HWG
16 november 2009

Achtergronden Theo Plasschaert:

Leeftijd 60 (17-01-1949). Middelbare school Triniteits Lyceum Gymnasium. Beroep ten tijde van oprichting Haarlems Wijngilde: Hoofd P&O Diaconesse Ziekenhuis. Later P&O Adviseur als zelfstandig en later in dienst van een zorgverlener in Den Haag. Daar naast speaker van FC Haarlem en journalist voor o.a. Haarlems Dagblad voor Honk- en Softbal, Judo en Badminton. In deze hoedanigheid 4 Olympische Spelen meegemaakt.

1 Wat was de aanleiding voor het oprichten van het Haarlems Wijngilde?

Met zo’n 15 man zaten wij op de cursus “Wijnkennis” van Jong Haarlem Vooruit, tegenwoordig de Volks Universiteit (huidige aanbod: 2 avonden wijnkennis, 1 avond Spanje en Italië en 1 avond Wijnhistorie, mager dus!). De lessen werden gegeven door Rob Verrijk en als je maar veel aanwezig was geweest en niet al te veel fouten in het examen had gemaakt kreeg je een getuigschrift. Een aantal cursisten vonden het jammer dat het afgelopen was en hebben toen samen met Rob het Haarlems Wijngilde opgericht. De oprichters en leden van het eerste uur waren Theo Plasschaert (1e voorzitter), Arnold Voorthuizen (1e secretaris). Pim Hesselman (penningmeester en later secretaris opvolger van Arnold), Dick Schravendijk (lid) en Marko van der Meer (lid).

2 Wat is nu exact de oprichtingsdatum?

Er zijn twee data. De eerste is 15 mei 1985. Die datum staat in ieder geval op de getuigschriften. Dit waren keurig gekalligrafeerde oorkondes die ieder lid bij aanmelding ontving. Ergens anders staat dat het gilde opgericht is op 31 mei 1985, want toen werd de oprichtingsvergadering gehouden. Mei 1985 is in ieder geval goed.

3 Wat beoogde jullie toen met het gilde?

Voortzetting van het gevoel dat ontstaan was voor wijn tijdens de cursus. Op een gezellige manier, zonder poeha, theoretische en praktische wijnkennis bij de leden te vergroten.

4 Wat deden jullie om leden te krijgen?

Wij zochten de lokale en regionale pers. Wij hebben in het begin heel wat eigen nieuws geschreven en aan de locale blaadjes gestuurd. Daarin kondigden wij gilde-avonden aan waar wijnliefhebbers werden uitgenodigd gratis langs te komen. Dan konden zij zien of het wat voor hun was. Ook interesseerden wij vrienden en kennissen die wijnliefhebbers waren. Uit al die activiteiten zijn mensen als Dirk Beeltman, Paul Ferwerda en Marion en Bert Roozendaal lid geworden. Aan het einde van het eerste seizoen telden wij 34 leden. Vijf jaar later in 1990 was het ledental gegroeid naar 55.

5 Wat boden jullie de leden aan op de activiteiten avonden?

Iedere maand organiseerden wij een proeverij. Ik geloof dat wij startten met avonden van wijnen beneden de ƒ5,- (€2,26), gehouden in ons eerste stamlocaal het Oude Dorpshuis aan de Donkerelaan in Bloemendaal. Later werd er in mijn tijd ook gebruik gemaakt van de Uitkijk in Bloemendaal. Op 17 januari 1987 was wijnschrijver Albert Holtzappel (van het boek: “Dat is wijnproeven”) onze spreker. Hij nam toen zijn vriend Gerard Horsting met zich mee die later tot een zeer gerenomeerd wijndocent en spreker zou uitgroeien. Ook bezochten wij met onze leden in de eerste jaren wijnkoperijen zoals Okhuijsen (2x in de kelders), Verkruijsen en de Lange (bestaat niet meer), Wijnimporteur Bart in Zuid-Oost Beemster en IP wijnservice aan de Generaal Spoorlaan in Haarlem, het latere Vinites. Wij zijn ook op excursie geweest naar Robbers & van den Hoogen en het daarnaast gelegen Wijnmuseum in Arnhem. Verder werden samen met de Horeca-afdeling van Scholengemeenschap Haarlem wijn en spijs avonden georganiseerd. In de begin jaren was er het “gilde kampioenschap” een jaarlijks terugkerende evenement. Wijnen werden blind geproefd. Rob Verrijk was dan verantwoordelijk voor de samenstelling van de wijnen en de bijbehorende alternatieven. De eerste werd gehouden op 4 december 1985. In het Haarlems Weekblad was hiervan een uitgebreid verslag.

6 Hoe hielden jullie contact met de leden?

Naast de avonden hadden wij een uitstekend gildeblad “Wijnpers” opgezet door Pim Hesselman. Later werd Bert Roozendaal redacteur van Wijnpers wat hij voor die periode op een zeer professionele wijze vulde.

7 Toen ik je de eerste keer belde zei je meteen “Bestaat die club nog?”, waarom zei  je dat?

In de lokale en regionale pers, die ik ook professioneel lees, kom ik bijna nooit het Haarlems Wijngilde tegen. Zelfs bij de door het HWG georganiseerde Huiswijncompetitie komt het gilde nauwelijks naar buiten in de publiciteit.

8 Wanneer ben je als voorzitter gestopt en aan wie heb je de hamer overgedragen?

Ik heb het voorzitterschap denk ik 6 jaar gedaan en ben in 1991 gestopt. Volgens mij heb ik de hamer overgedragen aan Hugo Pen.

9 Wat wens je het Haarlems Wijngilde?

In het verlengde van de vorige vraag, wens ik het gilde meer profiel in het cultureel en maatschappelijke gebeuren in Haarlem. Wees niet bang, jullie hebben kwaliteit, treed daarmee naar buiten.